Meisje 1: "Er was eens een heel klein meisje, en dat vond iedereen hartstikke lief. Haar grootmoeder vond haar nog het meest leuk. Daarom kreeg ze een rood kapje van haar moeder. Ze heette daarom Roodkapje. Haar grootmoeder was ziek. En ze moest van haar moeder wijn en brood gaan halen. Ze liep over het pad heen naar haar grootmoeder toe en kwam de boze wolf tegen. Ze was eigenlijk helemaal niet bang voor de wolf, en zei: 'Hallo, lieve wolf, wat kom je hier doen?' 'Nou, ik ben hier bloemetjes aan het plukken. Vindt u ze ook niet mooi?'"